Bij een urodynamisch onderzoek is het de bedoeling om de mogelijke oorzaak van uw plasklachten op te sporen. Bij dit onderzoek wordt namelijk de werking van de blaas, de sluitspier en het plasmechanisme getest. Op die manier kunnen we nagaan op welk niveau er iets misgaat.

Urodynamisch onderzoek

Bekijk hier de informatiefolder van het Sint-Andries Ziekenhuis

Voorbereiding

Het onderzoek gebeurt ambulant en vraagt geen bijzondere voorbereiding. U hoeft ook niet nuchter te zijn, bloedverdunners hoeven niet te worden gestop.

Onderzoek

De verpleegster komt U halen en zal U begeleiden naar de ruimte waar het onderzoek doorgaat. Men zal U eerst vragen de blaas zo goed mogelijk leeg te plassen. Na het verwijderen van de onderkledij wordt U vervolgens op de onderzoekstafel gei╠łnstalleerd. Dit betekent in rugligging, met de benen in de beensteunen, zoals bij de gynaecoloog.

Na het ontsmetten van de penis of de vagina worden aansluitend de verschillende sondes geplaatst. Het betreft een sonde die via de plasbuis in de blaas wordt geplaatst, en een tweede sonde via de aars in het laatste deel van de endeldarm. Deze sondes worden op de binnenzijde van het bovenbeen vastgekleefd, om te voorkomen dat ze er tijdens het onderzoek uitvallen. Rond de aars komen nog 2 elektrodenplakkers, om de activiteit van de bekkenbodemspieren te meten.

Vervolgens zullen we U vragen met deze sondes en plakkers ter plaatse voorzichtig op onze toiletstoel plaats te nemen, waarna de eigenlijke meting begint. De blaas wordt traag gevuld met steriel water, en er zal U gevraagd worden wanner U een eerste plasdrang heeft.

Tijdens het onderzoek zult U ook enkele malen moeten hoesten of persen. De blaas wordt verder gevuld tot U aangeeft dat U sterke plasdrang heeft of het niet meer kunt ophouden. Dan wordt het vullen gestopt en kunt U de blaas leegplassen. Hierna wordt alles verwijderd en is het onderzoek afgelopen.

Nazorg

Na afloop van het onderzoek worden de resultaten besproken. Hierna kunt U naar huis, zelf rijden is geen probleem.
Het is mogelijk dat U de dag van het onderzoek of soms ook nog de volgende dag wat moeilijker of zelf pijnlijker plast, en vaker plasdrang heeft.

Dit is niet verontrustend en zal spontaan verbeteren. Indien deze klachten aanhouden of als U koorts krijgt moet U zeker Uw huisarts contacteren.