De behandeling van urge incontinentie is meestal medicamenteus. Als dit onvoldoende effect heeft of de bijwerkingen te uitgesproken zijn kunnen we opteren voor injectie van Botutlinetoxine in de blaas.

Botox  en Dysport zijn  de merknamen van Botulinetoxine A, een zenuwgif. Wanneer botulinetoxine in een spier wordt ingespoten kunnen de zenuwuiteinden van deze spier tijdelijk geen signalen meer uitzenden om de spier te doen bewegen. Het geeft dus een tijdelijke verlamming van deze spier. Na enige tijd herstelt het systeem zich.
In België werd botulinetoxine A in eerste instantie goedgekeurd en geregistreerd als doeltreffende en veilige behandeling voor spierkrampen ( faciale hemoispasme, ooglidkramp, torticollis….)
Wanneer botulinetoxine in de overactieve spier wordt gespoten verdwijnen de abnormale spierbewegingen. Dit werd dan later geprobeerd in de overactieve blaasspier. Het lukt niet bij iedereen, maar bij een groot deel van de patiënt verminderen de klachten toch significant.

Alvorens de ingreep te doen gebeuren eerst altijd volgende onderzoeken, om te kijken of de indicatie voor de botox infiltratie zeker juist is:

Cystoscopie

Botulinetoxine wordt in de blaas gespoten, dmv meerdere injecties.

Urodynamisch blaasonderzoek

Testen van de werking van de blaas, de sluitspier en het plasmechanisme

Er is in België enkel maar een terugbetaling voor patiënten met bepaalde onderliggende neurologische aandoeningen en een geobjectiveerde blaasoveractiviteit. De kostprijs is 185 euro.
De ingreep zelf wordt terugbetaald.

Dit gaat door onder een korte algemene anesthesie. Het duurt ongeveer 5 minuten. Na de ingreep wordt meestal een blaassonde geplaatst, die we verwijderen bij het verlaten van de recovery. Dan wordt gedurende de uren na in de ingreep die u doorbrengt op het dagziekenhuis gecontroleerd of u de blaas goed kunt leegplassen. Het effect van de bolutinetoxine wordt voelbaar vanaf 48 uur tot 1 week na de ingreep. De eerste dagen kan het zijn dat u wat frequenter of dringender moet plassen dan gewoonlijk.

Enkele dagen voor de ingreep wordt de urine nog eens gecontroleerd, om zeker te zijn dat er geen sprake is van een urineweginfectie. Die moet dan eerst worden behandeld.

Mogelijke bijwerkingen van de ingreep zijn meestal van korte duur.
Het kan gaan over een blaasontsteking waarvoor antibiotica nodig zijn. Ook kan er een bloeding zijn direct na de injectie die meestal onder controle komt door de catheter wat langer te laten zitten, al dan niet met een continue spoeling, maar in een zeldzaam geval moet de bloedingshaard in de blaas worden dichtgebrand.
Soms is er sprake van tijdelijke spierzwakte, niet alleen van de blaas, maar ook van andere spieren. Een algemene zwakte die gepaard gaat met ademhalingsmoeilijkheden is zeldzaam, en wordt vooral gemeld bij patiënten met een verlamming tgv een dwarslaesie die meestal een hogere dosis botulinetoxine krijgen.

Een andere optie voor de behandeling van urge incontinentie is SANS. Hierbij wordt een zenuw thv de enkel met een zeer fijn naaldje aangeprikt en gedurende een half uur elektrisch gestimuleerd. Deze zenuw staat in verbinding met het zenuwstelsel van de blaas en de bekkenbodem. De behandeling houdt in dat je gedurende 12 weken telkens een half uur naar het ziekenhuis komt. Er zijn behalve lokaal op de prikplaats wat irritatie geen nevenwerkingen.

Meer invasief is de plaatsing van een interne neurostimulator. Deze stimulator is verbonden met een electrode die rechtstreeks is verbonden met de bezenuwing van uw blaas en bekkenbodem.
Er is altijd een testfase van enkele dagen met een externe stimulator alvorens de definitieve wordt geplaatst. De ingreep verloopt in daghospitalisatieverband.