Een aantal mannen komt bij hun arts terecht wegens moeilijk wateren. Daar hoeft men helemaal niet oud voor te zijn, want de prostaat begint te zwellen vanaf 40 jaar.

Prostaatoperatie

Bekijk hier de informatiefolder van het Sint-Andries Ziekenhuis

De klachten kunnen zijn:

  • Een zwakke urinestraal

  • Frequent plassen, vooral ‘s nachts

  • Nadruppelen

  • Het plassen gebeurt met onderbrekingen

  • Ongewild urineverlies

  • Niet onmiddellijk kunnen plassen

  • Een dringende behoefte om te plassen, maar eenmaal op het toilet wil het niet lukken en moet men werkelijk “persen” om de straal op gang te brengen

Hoe ontstaan nu prostaatklachten?

De prostaat is een klier aan de uitgang van de blaas. Deze prostaatklier staat in voor het toevoegen van prostaatvocht aan de zaadcellen. Met ouder worden kan de prostaat groeien. Omdat de prostaat zich ontwikkelt rond de blaasuitgang
en het eerste deel van de plasbuis, zal een vergroting van de prostaatklier de lediging van de blaas bemoeilijken.

Welke behandeling is hiervoor mogelijk?

Eerst enkele onderzoeken:

  • Rectaal toucher: met een gehandschoende vinger via de sluitspier van de anus nagaan of de prostaat groter is geworden of zwellingen vertoont. Het onderzoek is vlug gebeurd en pijnloos.

  • Echografische beoordeling van de nieren, blaas en de prostaat. Dit is een pijnloos onderzoek.

  • Flowmetrie (meting van de kracht van de straal): door te plassen op een WC-stoel.

    Afhankelijk van de onderzoeken de prostaat verwijderen via:

  • Operatie via kleine insnede in de onderbuik.

  • TUR (trans-urethrale-resectie): de prostaat wordt weggebrand via de plasbuis (de zogenaamde boring).

  • Lasertherapie: prostaat wordt verschrompeld via laserstraal.

    Deze ingreep gebeurt ofwel:

  • Onder volledige verdoving (algemene verdoving).

  • Onder plaatselijke verdoving, waarbij de onderste helft van het lichaam via een prik in de rug ongevoelig gemaakt wordt (rachiverdoving).

Na de ingreep

Er wordt altijd een sonde via de plasbuis in de blaas gebracht. Dit om de blaas te spoelen met water en om bloedingen tegen te gaan. Men kan dus tijdelijk niet spontaan plassen, de urine loopt af via een sonde. Meestal wordt de sonde de volgende dag verwijderd.

De eerste dagen:

  • Is er wel een prikkelend gevoel bij het plassen.

  • Moet men meerdere keren plassen (ook kleinere hoeveelheden).

  • Moet men ook rap zijn om naar het toilet te gaan. Men kan anders enkele druppels verliezen.

    Deze problemen zijn meestal verdwenen na enkele dagen.

Ontslag uit het ziekenhuis

  • Gedurende vier weken:

    • 1 liter water extra drinken per dag

    • geen zware inspanningen

    • geen alcohol drinken

    • geen geslachtsbetrekkingen

    • niet fietsen

    • bij stoelgang maken: niet persen (dus zorgen dat de stoelgang zacht is, vb. sinaasappel, speculoos of peperkoek eten)

      Dit allemaal om geen nabloedingen te hebben.

  • Bij een aantal mannen zal het sperma bij de zaadlozing niet te voorschijn komen. Dit sperma loopt dan in feite naar de blaas. Het sperma komt dan naar buiten als u nadien gaat plassen. Het is echter belangrijk dat u weet dat dit verder aan het geslachtsleven niets verandert (impotentie na de ingreep is zeldzaam).

  • Gedurende enkele weken kan de urine nog bloederig zijn, dit gaat vanzelf over.

  • Bij ontslag wordt een brief voor de huisarts meegegeven. Problemen na ontslag kan u eerst met de huisarts bespreken.

  • De eerstvolgende consultatie bij de uroloog is na 3 à 4 weken.