Wanneer blaaskanker oppervlakkig is en niet ingroeit in de spier van de blaas, spreekt men meestal van “blaaspoliepen”. Wanneer het blaasgezwel evenwel agressiever wordt en ingroeit in de spier van de blaas of dieper, spreekt men van “blaaskanker”. Evenwel dient voorzichtigheid geboden: zelfs oppervlakkige blaastumoren (blaaspoliepen) hebben neiging om terug te groeien.

Blaaskanker

Agressieve blaaspoliepen die in de spierwand groeien vormen blaaskanker.

We vinden ze door een blaasonderzoek of cystoscopie uit te voeren.

Cystoscopie

Inwendig onderzoek van de plasbuis, de prostaat en de blaas

Pappilaire blaaspoliep

Als we uitgebreide of agressieve blaaspoliepen vinden gebeurt ook nog een CT scan van de nieren en urineleiders.

Het overgrote deel van de blaasgezwellen wordt vastgesteld in een vroegtijdig stadium, wanneer deze perfect behandelbaar zijn.

De behandeling is in eerste instantie altijd een wegname van de poliep via de plasbuis. Deze ingreep gaat door onder algemene of epidurale (= ruggeprik) anesthesie.

Wegname van de poliep via de plasbuis

Lees hier meer over de behandeling TUR blaas

Op het einde van de ingreep wordt een sonde geplaatst die 1 of 2 dagen ter plaatse blijft.

Na het verwijderen van de sonde kunt U nog enkele dagen wat bloed bij de urine zien of nu en dan een klontertje uitplassen. Dit is normaal. De poliep die is weggenomen wordt onderzocht op kwaadaardigheid, en ook op diepte van ingroei in de blaaswand en agressiviteit. Afhankelijk van de resultaten van het weefselonderzoek gebeuren soms aanvullend blaasspoelingen, hoe dat in zijn werk gaat vindt U in de patiëntenfolder. 

Dergelijke poliepen hebben de neiging om terug te komen, regelmatig onderzoek met cystoscopie blijft nog jaren aangewezen.

Mitomycine® blaasspoeling

Nabehandelen van een gezwel in uw blaas

Blaasspoeling met BCG

Het afweersysteem van de blaas activeren