Dit is urineverlies bij hoesten, lachen, persen, iets opheffen, sporten, soms zelfs al goed doorstappen, m.a.w. alles waarbij er stress = druk op de bekkenbodem komt. 
De oorzaak van dit probleem is dan ook een verzwakking van de bekkenbodemspieren. 
Dit kan ook weer verschillende redenen hebben: zwangerschap en bevalling, chirurgie, leeftijd, hormonale veranderingen.

Wanneer de bekkenbodemspierrevalidatie bij de kinesist onvoldoende succes heeft of als het urineverlies te uitgesproken is, kan een heelkundige ingreep nodig zijn.

Alvorens de ingreep te doen gebeuren eerst altijd volgende onderzoeken, om te kijken of de indicatie voor de ingreep zeker juist is:

Cystoscopie

Inwendig onderzoek van de plasbuis, de prostaat en de blaas

Urodynamisch blaasonderzoek

Testen van de werking van de blaas, de sluitspier en het plasmechanisme

Een van de frequentste behandelingen van stressincontinentie is het plaatsen van een synthetisch bandje onder de plasbuis, een zogenaamde T.O.T. Dit bandje blijft ter plaatse, vergroeit met de weefsels en geeft op die manier een nieuwe ondersteuning aan het plaskanaal daar waar de bekkenbodemspieren verzwakt zijn. Dit gebeurt via een kleine incisie aan de binnenzijde van de vagina, en een zeer kleine incisie thv de binnenzijde van het bovenbeen.

De ingreep gebeurt meestal in hospitalisatieverband, en vraagt een algemene of epidurale anesthesie, afhankelijk van de wens van de patiënte. Er wordt een blaassonde geplaatst. Na het verwijderen van die sonde controleren we altijd of u de blaas goed genoeg kunt leegplassen. Mede dit gegeven bepaalt het moment van ontslag.

Wat zijn de gevolgen van de ingreep?

Deze techniek wordt uitgevoerd sinds 1995 en is de standaardinterventie bij uitstek die wordt uitgevoerd bij vrouwen met stressincontinentie. Het succespercentage is hoog, maar zoals bij elke procedure kunnen er zich bepaalde complicaties voordoen.

Tijdens de operatie:

Perforatie van de blaas of plasbuis kan gebeuren en is meestal onschuldig als het tijdig wordt gezien. het vereist wel dat de blaascatheter enkele dagen langer blijft zitten om de perforatie ondertussen te laten genezen.

Bij het plaatsen van het bandje of ook wel de sling genoemd, kan er een darmperforatie, bloedvatletsel of zenuwschade optreden. De frequentie hiervan is minder dan 1 %.

Elke interventie, hoe klein ook, houdt risico’s in die onvoorspelbaar en uitzonderlijk zijn, maar daarom niet minder ernstig. ( hartaanval, diepe veneuze trombose, longembolie, anafylactische shock )

Na de operatie:

  • Kan er een infectie van de urinewegen optreden. Normaal gezien komt dit goed onder controle met enkele dagen antibiotica. De sling zelf wordt goed getolereerd door ons lichaam, het risico op infectie van de sling is zeer klein.
  • Kan het zijn dat je moeilijker plast, met een minder goede straal. Soms moeten we hiervoor de sonde wat langer ter plaatse laten, of het bandje wat losser maken, of zelfsondage aanleren.
    Dit betekent dat je enkele dagen langer in het ziekenhuis bent dan gepland.
  • Vaker en dringender plassen is mogelijk, meestal verdwijnt dit na enige dagen/weken.
    Zo niet starten we met medicatie. In een zeldzaam geval moeten we om deze reden het bandje doornemen.
  • Zodra de vaginale wonde is genezen, na ongeveer 1 maand, mogen er weer seksuele betrekkingen zijn. Het is zeer uitzonderlijk dat patiënt of haar partner het bandje voelt in de vagina.
  • Pijn is de eerste dagen normaal, met name thv de bovenbenen. Meestal zijn gewone pijnstillers zoals ontstekingsremmers of dafalgan gedurende enkele dagen voldoende.
  • Wondheling : de wondjes aan de binnenzijde van het bovenbeen genezen meestal binnen de 10 dagen. Genezing van de vagina duurt iets langer, vandaar ook het verbod op seksuele betrekkingen de eerste 3 weken. Soms is het bandje na enige tijd voelbaar vaginaal, dan spreken we van “ erosie “. Dit kan een ingreep die het bandje weer bedekt, noodzakelijk maken.

Er is altijd een controle gepland binnen de 3 weken na ontslag.
Dan zal zeker gecontroleerd worden of de vagina mooi is geheeld, of u de blaas goed kunt leegplassen, en bespreken we met u of er nog andere problemen zijn.